James Worthy: Een rapper zonder muziek

mei 2, 2011

 

James Worthy schrijft al ongeveer tien jaar op zijn blog en begon bij Nalden.net en State Magazine. Inmiddels wordt hij door vele verschillende tijdschriften regelmatig op pad gestuurd. Bijvoorbeeld naar Spanje, om sherry te proeven voor een wijnblad. “Sherry is niet te zuipen, maar ik sta voor alles open. Ik wil over alles en voor iedereen kunnen schrijven.” Op 29 april komt zijn debuut “James Worthy” uit. Een boek dat voor minimaal 75 procent autobiografisch is. “Ik had als titel “Ik ruik je in mijn baard”, maar dat had de uitgever liever niet. Te schunnig. Ik vind het overigens nog steeds de beste boektitel ooit. Romantisch, goor, melancholisch. Worthy.”

We lopen een dag met James mee om te zien wat hij zoal voor klusjes doet. Vandaag moet hij naar de VPRO om samen met Nico Dijkshoorn videoclips te beoordelen in het VPRO-programma ‘Afzien?!’, dat door Giel Beelen wordt gepresenteerd. De twee schrijvers kennen elkaar al een beetje. De sfeer is jolig en beide kijken eigenlijk nooit naar videoclips. Erg inhoudelijk wordt het daardoor niet, al houdt Dijkshoorn een pleidooi voor meer inhoudelijke video’s van Nederlandse hiphopacts. James benadrukt liever de ‘chips etende geit’ in één van de video’s. Het is één van de vele opdrachten waar James voor gevraagd wordt, ondanks het ontbreken van echte expertise.

Om een beter beeld van James te krijgen, vragen we vier mensen uit zijn omgeving om de schrijver te omschrijven. Nalden, bekend blogger en winnaar van een Dutch Startup Award voor Beste Webapplicatie voor de website wetransfer.com, Vincent ‘Venz’ Reinders, presentator bij Lijn5 en winnaar van de Dutch Startup Award voor 22tracks.com, Gert-Jaap Hoekman, chef redactie van Nieuwe Revu en Top Notch labelmate Pepijn ‘Faberyayo’ Lanen, deel van formatie De Jeugd Van Tegenwoordig, samen met James schrijver van wateenleven.tumblr.com.

Schrijven deed James op jonge leeftijd al veel. Hij stotterde aanzienlijk. Op papier kon hij echter wel goed uit zijn woorden komen. Op je veertiende schreef je al eens een boek. Waar ging dat over? “Over mijn tekenjuf, Tineke. Het stond vol met schunnige seks, en ja, heel veel seks eigenlijk. Dat was écht heel goor. Rood haar had ze, kort rokje. Hakken droeg ze, en rode lippenstift. Ze was 35. Een rijpe vrouw, daar gaat mijn voorkeur nog steeds wel naar uit. Er zit eigenlijk geen verhaal in het boek. Het heeft ook geen titel. ‘Tekenles’. Of ‘Potlood’. ‘Vulpotlood’. Dat vind ik een goeie titel. Want ik vulde haar met m’n potlood. Klaar.”

Als James voor State gaat schrijven luistert hij al jaren naar hiphop. “Ik begon met luisteren naar Wu-Tang, in 1995. En naar Nas, Mobb Deep Funkdoobiest, die shit. Stoere muziek. Dan voelde ik mezelf ook mannelijker. Ik denk dat heel veel verlegen jongens hiphop luisteren zodat ze iets breder kunnen lopen. Ik voelde mezelf altijd groter door de beats, hiphop fungeerde voor mij als plateauzolen.” Voordat hij bij State komt, schrijft hij soms stukjes voor Nalden.net, en loopt hij stage bij de Break Out. Zijn blog wordt dan al goed gelezen en hij krijgt nieuwe opdrachten vanuit een andere hoek. “Bladen als de Flair en Fancy. Ik scheef over seks, zoenen, mode en make-up. Ik moest eigenlijk gewoon mijn mening geven. Het ging vaak over koetjes en kalfjes, maar ook over liefdesverdriet en pijn. Heel erg eerlijk. Rauw. Schattig ook wel, dat een man daarover durfde te praten. En door voor die bladen te schrijven, kwam ik steeds een stapje hoger.”

James gaat van State naar Viva, naar de Cosmopolitan. En schrijft sinds 2009 ook voor Nieuwe Revu. Je hebt dus eigenlijk wel een beetje mazzel dat je telkens door nieuwe bladen bent benaderd. “Hoezo mazzel? Gewoon talent, doorzettingsvermogen en een gezonde portie zelfoverschatting. Mazzel? Rot op.” Je hebt toch geluk dat je telkens benaderd wordt? “Nee. Het is mijn beroep. Ik doe niet aan afwachten, je moet gewoon zelf zorgen dat je telkens benaderd wordt. Hoe? Door kwaliteit te leveren, altijd.” Neem je alle opdrachten aan die je krijgt aangeboden? “Ja. Ik schrijf momenteel voor ongeveer twaalf verschillende bladen. Maar ik werk denk ik maar drie dagen in de week. Lange dagen, dat wel. Ik bereid me eigenlijk helemaal nooit voor. Een schone lei, daar wil ik altijd mee beginnen. Ik word geregeld op reportage gestuurd dus laat ik alles gewoon over me heen komen. Dat is heerlijk. Een soort van spons ben ik dan en als ik weer thuis ben knijp ik mezelf uit.” Ben je dan niet bang dat je geloofwaardigheid als schrijver misschien wordt beïnvloed als je alles aanneemt dat aangeboden wordt? “Een dakloze schrijver is vast stukken geloofwaardiger, maar ik moet gewoon mijn huur betalen. Vandaar dat ik vrijwel alles aanneem.”

Faberyayo zei over je: “Hij draagt zijn schrijverschap met trots als een walgelijke medaille op zijn borst. Juist omdat hij er op zo’n olijke manier mee te koop loopt komt hij weg met het schaamteloos hoereren in allerhande publicaties.” “Ik ben ook een hoer, althans, ik ben een hele dure escort.”

Het boek ‘James Worthy’ is op de dag van dit interview naar de drukker gestuurd. 3500 Exemplaren worden er gedrukt. We komen net van uitgever Lebowski die in samenwerking met Top Notch James’ debuut uitbrengt. Hier hoort James voor het eerst dit getal. “Weet je wel hoeveel dat is?”, herhaalt hij enkele keren. We zitten in een broodjeszaak en James probeert zich voor te stellen hoeveel stapels dat zijn. “Ik denk dat wel meer dan de helft van deze hele zaak dan gevuld is.” De visualisatie maakt indruk. “Dat vind ik wel echt angstaanjagend.” Wat gaat er door je heen als je dat getal 3500 hoort? “Ben ik wel zo goed, denk ik dan. Heel erg. Ik denk wel dat ik talent heb. Het is een soort wipwap. Een speeltuin in mijn hoofd. Een schommel die van “weten hoe goed ik ben” naar “ben ik wel zo goed?” gaat. 3500 is geen kattenpis. Dat is doodeng. Dan lig ik in de Bruna, de AKO, in Vlaanderen en bij Bol.com. Overal. Als ik m’n boek straks in de winkel zie liggen, ben ik heel blij en trots op mezelf. Ik heb een boek gepubliceerd op mijn dertigste. Mijn boek. Al had ik dit ook in 2006 kunnen schrijven. Twee vingers in de neus, maar de PlayStation werkte niet echt mee.” Hoe vind je het dat je een talent wordt genoemd? “Dan denk ik, echt? Vaag. Ik? Kom op man, ik schrijf gewoon over tieten en kut. Ik snap wel dat mensen me een talent vinden. Ik vind mezelf ook wel een prima schrijver, steeds beter ook. Dat is wel een lekker gevoel, ik weet gewoon dat ik over tien jaar beter ben dan nu. En over twintig jaar ben ik nog beter. Nu? Ach, ik ben best wel supergoed eigenlijk. Nou, misschien niet supergoed maar wel fris, leuk. Humoristisch en spitsvondig. Spelen met taal, hiphop is dat gewoon.”

Faberyayo: “Zijn stijl is direct terug te dirigeren naar rapteksten, waardoor zijn humoristische zelfbespiegelingen zeer sprekend zijn”. “Dat vind ik een compliment. Ik ben misschien ook wel een soort verkapte rapper door de manier waarop ik met taal speel. Vroeger wilde ik ook wel rappen. Er zijn zelfs producers die wel eens een beat voor me hebben gemaakt. Maar dan keek ik naar al mijn rapper-vrienden en die gasten hadden nooit geld. Nooit. Maar ze inspireren mij dagelijks.” Een rapper zonder muziek? “Ja, dat denk ik wel. Op tekstueel vlak is Yayo bijvoorbeeld heel goed. Literatuur over een beat. En Steen, Sticks, Jiggy Djé, Aap, Fresku, dat soort volk. Ik luister niet zo heel veel naar buitenlandse hiphop meer, alleen op 22tracks eigenlijk. Vroeger luisterde ik trouwens meer naar de beats. Nu wil ik dat het ergens over gaat. Niet alleen over vrouwen neuken. Hè bah, dat vind ik onnodig en vies.” In het boek komt naar voren dat als je een leuke vrouw tegenkomt, je er meteen 100 procent voor gaat. “Ja, ik ben heel erg spontaan en impulsief. Alles geven. De hele rambam. De klap na een breuk komt dan ook veel harder aan, maar dat vind ik niet erg. Ik houd daar wel van, soms denk ik dat ik relaties puur en alleen aanga om mezelf te pijnigen. Ik schrijf ook veel beter als ik mezelf in de emotionele lappenmand bevind. In de put ben ik op mijn best. Dan ben ik vrij geniaal. Wel raar eigenlijk. Huilen en schrijven. Supergay, maar zo werk ik. Pijn neerkwakken. Wondjes openkrabben. Dat is schrijven.”

Venz: “We hadden een keer een roodharige scheidsrechter die enkele slechte beslissingen nam. Hij en James kregen het een beetje aan de stok en James riep “ROOIE KUT!” naar hem. James moest er natuurlijk af met rood. Mopperend. Dat is typisch James. Hij reageert emotioneel.” “Het was ook wel echt een slechte scheidsrechter. Hij had ook gewoon nog zijn echte mensen kleren aan. Niks geen zwart pakje. Ik had die rooie echt neer kunnen steken. Op het voetbalveld ben ik een debiel. Soms schrik ik van mezelf. Maar ik snap wel wat Venz bedoelt. Drama queen. Dat komt door mijn Engelse roots, dat stoere, schreeuwerige en schelden. Kleinpikkerig gedrag.” Heb je een haat/liefdeverhouding met vrouwen? Je vindt de pijn fijn maar je hart wordt ook gebroken. “Haat niet. Ik houd niet van haat. Ik vind ze allemaal aantrekkelijk. Behalve hele donkere vrouwen en van die tietloze Aziatische vrouwtjes. Voor de rest ben ik verre van kieskeurig. Vrouwen zijn mijn brandstof. Niet sport, drugs of drank. Nee, vrouwen. Ronde vormen en witte tanden. En vagina”s. Daar schrijf ik dan ook veel over. Vrouwen.”

Gert-Jaap Hoekman: “Ik kreeg laatst een stuk van James een uur vóór de deadline binnen. Een uur! Ik weet dat het lastig is om vol te houden dat je het enfant terrible van de journalistiek bent, terwijl je liever simultaan schaakt met je neefjes, maar er zijn grenzen. Dit gebeurt zelfs bij Vrij Nederland niet. Ik maak me zorgen.” Ben je een enfant terrible? “Nee, dat denk ik niet. Misschien dat men door het drinken, vrouwen en mijn seks-tweets een verkeerd beeld van mij krijgen. En enfant is kind, ik ben al dertig. Ik drink wel bier op maandagavond, maar dat is rock en roll. Maar misschien ben ik ook weer wel een enfant terrible. Ik ben een slet. Een slet met een drankprobleem. Dol op gin tonic. En een klein beetje drugs ook, sporadisch dan. Maar ik ben nooit te laat met m’n stukken. Dat is m’n vak. M’n boterham. Ik houd mijn kinderlijke gedrag grotendeels binnen de perken en daarom kan ik het prima combineren.”

Venz: “James is een lieve en charmante jongen met zelfspot. En stiekem is hij ook een beetje verlegen.” “Ik heb wel twee hele verschillende kanten, denk ik. Als ik ga stappen dan ben ik heel stoer en mans en Engels. Maar dat zijn alle jongens, denk ik. Two-faced. Tijdens het schrijven ben ik namelijk sensitief, overgevoelig zelfs. Met een vrouw ben ik ook minder stoer en lomp, maar charmant en lief, nagenoeg gay.” Ben je een passioneel mens? “Ja, ik maak vaak ruzie. En ook qua houden van. Daarin draaf ik wel een beetje door soms. Ik heb ook geen vrouwelijke vriendinnen. Ik denk niet dat ik dat kan omdat ik ze dan wel leuk vind en als ik haar leuk vind wil ik meer dan praten over haar vriend en series kijken.” Een opvallend feit is dat zowel Nalden, Venz, als jij succesvol zijn in wat jullie nu doen. Jullie hebben allemaal iets gecreëerd dat aanslaat bij het publiek. Volgens Venz is het ‘een beetje mazzel’. “Er is behoefte aan nieuw bloed. We zijn alle drie enthousiast en positief. Dat legt ons geen windeieren.” Nalden denkt dat het te maken heeft met eigenwijsheid. “Een vastberadenheid, niet in de vorm van discipline maar het ergens in geloven.” Hoe denk jij hierover? “Nalden is een sterke zakenman en ook Venz heeft vooral een zakelijk instinct. Wat ik heb? Talent en ik geef nooit op. Dit is wat ik wil doen, tot de dood en ik heb er alles voor over. Mijn wallen zijn niet van de lucht, maar ik draag ze met trots. Het zijn de wallen van een schrijver. Ook delen we wel een soort aanstekelijk enthousiasme inderdaad. Liefde voor je vak en we geloven in wat we doen. Het is wel een leuk kliekje. Er loopt overigens nog veel meer talent rond in Amsterdam. Onze generatie is onmenselijk talentvol. Ook denk ik dat zelfspot een essentiële rol speelt.”

Waar ben je over tien jaar? “Ik wil nog heel veel boeken maken. Ik heb denk ik wel vijfentwintig boeken in mijn hoofd. Vandaar dat mijn hoofd zo belachelijk groot oogt. Die wil ik allemaal uitgeven. Makkie. Kom op, ik heb al een boek uit. Volgend jaar komt er nog wel een boek, en een kinderboekje met tekeningen van Lize (Lize Korpershoek, red.). Over tien jaar ben ik ook wel vader denk ik. Ik hoop het. Een vrolijke, lieve, drukke vader van drie kinderen. Dan heb ik een boekenplank met mijn eigen boeken. Tien of zo, elk jaar één. Dan ben ik veertig. Jezus wat oud. Dan heb ik ook een vrouw natuurlijk. Een vakantiehuis in Frankrijk. Wijn, brie en jeu de boules. Hopelijk heb ik ook nog wat haar op m’n hoofd. Ja. Een vrouw, kinderen en boeken. Dan ben ik er wel. Meer heb ik niet nodig.”

Dit artikel is verschenen op www.statemagazine.nl
Foto’s: Ilja Meefout

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: